Konijn

Gebit & voeding

Gebit

Konijnen zijn planteneters. Het voer wordt goed gekauwd. Tijdens het kauwen slijten de kiezen van de onder- en bovenkaak tegen elkaar af. Om te compenseren voor deze slijtage blijven de tanden en kiezen het hele leven lang doorgroeien vanuit de kaak. Wanneer het konijn te weinig ruwvoer krijgt of wanneer de tanden of kiezen in een verkeerde positie staan, kunnen gebitsproblemen optreden: Door een verkeerde slijtage kunnen er scherpe haken op de kiezen ontstaan waardoor het konijn niet goed meer kan kauwen. Hierdoor kan het konijn vermageren en kan er een gevaarlijke diarree ontstaan. Omdat het niet mogelijk is om bij het wakkere konijn diep in de bek te kijken, kan een goede beoordeling van het gebit alleen onder een lichte narcose gedaan worden door de dierenarts.

Voeding

Een zeer belangrijk deel van de voeding is ruwvoer: er moet daarom altijd smakelijk hooi en/of gras aanwezig zijn! Bij onvoldoende ruwvoeropname kunen gebitsproblemen ontstaan en kan er een levensbedreigende diarree optreden! Naast het ruwvoer heeft het konijn behoefte aan een geringe hoeveelheid kant-en-klaar verkrijgbaar konijnenvoer (biks,pellets). Teveel van dit krachtvoer kan echter ook weer zorgen voor overgewicht en diarree. Koolsoorten, sla, tomaat en klaver kunnen leiden voor een overmatige gasvorming in de darmen en diarree; geef dit dus niet of met mate

Vaccinaties

Het is zeer raadzaam om uw konijn in te laten enten tegen twee zeer besmettelijke en meestal dodelijke ziektes: Myxomatose en VHD (Viral Hemorrhagic Disease). Ook konijnen die nooit buiten komen en geen direct contact hebben met soortgenoten kunnen besmet raken via insecten of voeding! De vaccinatie tegen VHD moet 1 keer per jaar gegeven worden en de vaccinatie tegen myxomatose minimaal 2 keer per jaar.

Castratie & sterilisatie

Konijnen zijn vruchtbaar vanaf een leeftijd tussen de 4 en 8 maanden. Voedsters (vrl) zijn eerder geslachtsrijp dan rammelaars (mnl) en konijnen van dwergrassen eerder dan konijnen van reuzerassen.

Castratie en sterilisatie kunnen gedragsproblemen, gezondheidsproblemen (o.a. baarmoederkanker, een ziekte die veel voorkomt!) en uiteraard ongewenste nestjes voorkomen. Beide operaties kunnen vanaf een leeftijd van 4 maanden worden uitgevoerd, maar meestal wordt gewacht tot een leeftijd van 5-6 maanden.